Statuten

Statuten

Wieler Toer Club Huizen

Art. 1: Naam, zetel en rechtsbevoegdheid

De vereniging is genaamd Wieler Toer Club Huizen, hierna te noe­men: de vereniging. Zij heeft haar zetel in de gemeente Huizen De vereniging bezit volledige rechtsbevoegdheid. De vereniging is ingeschreven in het Verenigingenregister, dat gehouden wordt bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken te Hilversum

Art. 2: Duur

De vereniging is aangegaan voor onbepaalde tijd. Het boekjaar, tevens verenigingsjaar, loopt van 1 januari tot en met 31 december. De vereniging is opgericht op 25 september 1981

Art. 3: Doel

De vereniging heeft ten doel het (doen) beoefenen, alsmede het bevorde­ren van het toerfietsen, in al zijn verschijnings­vor­men. De vereniging tracht dit doel onder meer te bereiken door: het ondersteunen van hen die het toerfietsen in vereni­gings­verband beoefenen of willen beoefenen; lid te zijn van de Nederlandse Toer Fiets Unie, hierna te noemen de sportbond; deel te nemen aan de onder auspiciën van de sportbond georga­niseerde fietsevene­men­ten; zelf fietsevenementen te organiseren; samen te werken met andere organisaties die hetzelfde doel beogen;

het maken van promotie voor het toerfietsen.

De vereniging mag geen winst onder haar leden verdelen.

Art. 4: Lidmaatschap

Leden zijn die natuurlijke personen, die door het bestuur als lid zijn toegelaten.

Alleen diegenen die voor de duur van hun lidmaatschap ook lid zijn van de sportbond, kunnen lid zijn van de vereniging.

Tot het lidmaatschap van de vereniging kunnen niet worden toegelaten degenen, die niet tot het lidmaatschap van de sport­bond worden toegela­ten, of van wie de sportbond het lidmaatschap heeft beëindigd.

Ingeval van niet-toelating door het bestuur kan op ver­zoek van de betrokkene de eerstvol­gende algemene vergade­ring alsnog tot toelating besluiten, zulks met inachtne­ming van het in het tweede lid bepaalde.

Op voorstel van het bestuur kan de algemene vergadering een lid wegens zijn bijzondere verdiensten voor de ver­eniging het predikaat ‘ere-lid’ verle­nen.

Het bestuur houdt een register bij waarin de namen, adres­sen en geboortedata van de leden zijn opgenomen, een en ander op een door de sportbond aan te geven wijze.

Het bestuur draagt er zorg voor dat degene die als lid tot de vereniging wensen te worden toegelaten, worden aangemeld bij de sportbond.

Art. 5: Rechten en verplichtingen

De vereniging en de sportbond kunnen, voor zover uit de statu­ten van de vereniging onderscheidenlijk van de sportbond niet het tegendeel voort­vloeit, ten behoeve van de leden rechten bedingen. De vereni­ging kan in een voorkomend geval ten behoeve van een lid nakoming van bedoelde rechten en schadevergoeding vorderen, tenzij het lid het bestuur schrif­telijk mededeelt het bestuur daartoe niet te machtigen.

De vereniging en de sportbond kunnen, voor zover dit in de statuten van de vereniging onderscheidenlijk van de sportbond uitdrukkelijk is bepaald, ten laste van de leden verplich­tin­gen aangaan.

Voor zover van toepassing gelden de in het eerste en tweede lid bedoelde rechten en verplichtingen ook ten opzichte van het lid jegens de vereni­ging.

Tenzij in deze statuten anders is bepaald, worden de in het eerste, tweede en derde lid bedoelde bevoegdheden uitgeoefend door het bestuur.

De vereniging kan door een besluit van het bestuur, van de algemene vergadering of van een ander orgaan verplichtingen – al dan niet van financiële aard – aan de leden opleggen.

De leden zijn voorts verplicht zich jegens elkaar en jegens de vereniging te gedragen naar hetgeen door de redelijkheid en billijkheid wordt gevorderd.

De leden zijn tevens gehouden:

de statuten en reglementen van de vereniging, alsmede de besluiten van het bestuur, van de algemene vergadering of van een ander orgaan van de vereniging na te leven;

de statuten en reglementen van de sportbond en de beslui­ten van een orgaan van de sportbond na te leven;

de belangen van de vereniging niet te schaden.

Art. 6: Straffen

In het algemeen zal strafbaar zijn zodanig handelen of nalaten dat in strijd is met de wet, dan wel met de statuten, reglementen en/of besluiten van organen van de vereni­ging, of waardoor de belangen van de vereniging worden geschaad.

Tevens zal strafbaar zijn zodanig handelen of nalaten dat in strijd is met de statuten, reglementen en/of besluiten van organen van de sportbond of waardoor de belangen van de sportbond, dan wel van het toer­fietsen in het algemeen worden geschaad.

Indien de algemene vergadering een Tuchtreglement heeft vast­gesteld, geschiedt de behandeling van overtredingen met inacht­neming van het bepaalde in het Tuchtregle­ment en geschiedt de beoordeling en bestraf­fing van overtre­dingen door de organen, die in het Tuchtregle­ment daartoe zijn aangewezen. Geschiedt de behandeling door een tucht­com­missie en door een commissie van beroep dan zijn deze als organen van de vereniging te beschou­wen.

Daargelaten de bevoegdheid van de sportbond om overtre­din­gen, als bedoeld in het eerste lid, onder b te be­straffen, is het bestuur bevoegd om overtredingen te bestraf­fen, tenzij het Tuchtreglement een ander orgaan aanwijst.

Indien in een Tuchtreglement geen ander orgaan wordt aange­wezen, kan een lid van een opgelegde straf in beroep gaan bij de algemene vergade­ring, met inachtneming van het in het Tuchtreglement of anders van het in het zeven­de lid, van dit artikel bepaalde.

In geval van een overtreding, als bedoeld in het eerste lid onder a. kunnen de volgen­de straffen worden opgelegd:

boete tot een maximum van fl. 500,-

schorsing;

royement (ontzetting uit het lidmaatschap).

Een schorsing kan ten hoogste voor de duur van één jaar worden opgelegd. Geduren­de de periode dat een lid is geschorst, kunnen de aan het lidmaat­schap verbonden rechten niet worden uitgeoefend, met uitzonde­ring van het recht om in beroep te gaan.

Royement kan alleen worden uitgesproken wanneer een lid in strijd met de statuten, reglementen of besluiten van de vereniging handelt, of de vereniging op onredelijke wijze benadeelt.

Nadat het bestuur tot royement heeft besloten, wordt de betrokkene zo spoedig mogelijk door middel van een brief met bericht van ontvangst met opgave van reden(en) van het besluit in kennis gesteld.

Van een door de vereniging opgelegde schorsing of roye­ment kan de betrokkene binnen een maand na ontvangst van deze kennis­geving van het bestuur in beroep gaan. Gedu­rende de beroepster­mijn en han­gende het beroep is het lid geschorst.

Van de overige door het bestuur van de vereniging opge­leg­de straffen staat geen beroep open.

Art. 7: Einde lidmaatschap>

Het lidmaatschap eindigt:

door de dood van het lid, in welk geval het lidmaatschap niet vererft;

door opzegging door het lid;

door opzegging door de vereniging;

door royement (ontzetting), als bedoeld in art. 6 lid 6;

door beëindiging van het lidmaatschap van de sportbond.

Opzegging door de vereniging geschiedt door het bestuur.

Royement geschiedt door het bestuur, tenzij in een Tucht­re­glement anders is bepaald.

De vereniging kan het lidmaatschap opzeggen:

in de gevallen in de statuten genoemd;

wanneer het lid heeft opgehouden te voldoen aan de ver­eis­ten die de statuten voor het lidmaatschap stellen, alsmede:

wanneer redelijkerwijs van de vereniging niet kan worden gevergd het lidmaatschap te laten voortduren;

wanneer de sportbond het lidmaatschap van het lid heeft beëindigd, in welk geval de opzegging met onmiddellijke ingang geschiedt, tenzij het lid tegen de beëindiging van het lid­maatschap van de sportbond op de door de sportbond voorge­schreven wijze bezwaar heeft gemaakt. In het laat­ste geval is het lid van de vereniging geschorst totdat de beëindiging door de sportbond is bevestigd of ongedaan gemaakt.

Een lid kan het lidmaatschap opzeggen met inachtneming van het in dit artikel bepaal­de.

Een lid kan het lidmaatschap voorts met onmiddellijke ingang beëindigen:

wanneer redelijkerwijs niet kan worden gevergd het lidmaat­schap te laten voortduren;

binnen een maand nadat een besluit, waarbij zijn rech­ten zijn beperkt of verplichtin­gen zijn verzwaard, hem is bekend geworden of medegedeeld, in welk geval het besluit alsdan niet op hem van toepassing is. Deze bevoegdheid tot opzegging komt het lid niet toe wanneer rechten en verplichtingen worden gewijzigd, die in de statu­ten nauwkeurig zijn omschreven, wijziging van geldelijke rechten en verplichtingen daaronder begrepen;

binnen een maand nadat hem een besluit is medegedeeld tot omzetting van de vereni­ging in een andere rechtsvorm of tot fusie.

Opzegging van het lidmaatschap kan slechts geschieden tegen het einde van het boek­jaar en met inachtneming van een opzeggingstermijn van vier weken. Op deze termijn is de Algemene Termijnen­wet niet van toepassing. In ieder geval kan het lidmaat­schap worden beëindigd door opzeg­ging tegen het einde van het verenigings­jaar, volgend op dat waarin werd opgezegd, alsmede onmiddel­lijk in de geval­len, als bedoeld in de leden 3 en 4.

Een opzegging in strijd met het onder a bepaalde doet het lidmaatschap eindigen op het vroegst toegelaten tijdstip, vol­gende op de datum waartegen was opgezegd.

Indien een lid door de sportbond is geroyeerd, is het be­stuur, na het onherroepelijk worden van dit royement, ver­plicht het lidmaatschap van het betreffende lid met onmiddel­lijke ingang op te zeggen.

Art. 8: Donateurs

De vereniging kent naast leden donateurs.

Donateurs zijn die natuurlijke of rechtspersonen die door het bestuur zijn toegelaten en die zich jegens de vereniging ver­plichten om jaarlijks een door het bestuur vastgestelde bijdrage te storten.

Donateurs hebben geen andere rechten en verplichtingen dan die welke hun in of krachtens de statuten zijn toegekend of opgelegd.

De rechten of verplichtingen van donateurs kunnen te allen tijde wederzijds door opzeg­ging worden beëindigd, behoudens dat de jaarlijkse bijdrage voor het lopende boekjaar voor het geheel verschuldigd blijft.

Opzegging namens de vereniging geschiedt door het bestuur.

Art. 9: Bestuur

Het bestuur bestaat uit ten minste drie meerderjarige perso­nen die door de algemene vergadering uit de leden worden be­noemd. Het aantal bestuursle­den wordt vastgesteld door de alge­mene vergadering.

Bestuursleden worden kandidaat gesteld door het bestuur of door ten minste drie leden. De kandidaatstelling geschiedt niet door middel van een binden­de voordracht.

In zijn eerste bestuursvergadering na een benoeming van be­stuursleden, verdeelt het bestuur in onderling overleg de func­ties en stelt het bestuur de taken van de bestuursle­den vast en doet hiervan – hetzij in het clubblad, hetzij door middel van een schriftelijke kennis­ge­ving – mededeling aan alle leden.

Ieder bestuurslid is tegenover de vereniging gehouden tot een behoorlijke vervulling van de hem opgedragen taak. Indien het een aangelegenheid betreft die tot de werkkring van twee of meer bestuursleden behoort, is ieder van hen geheel aanspra­kelijk ter zake van een tekortko­ming, tenzij deze niet aan hem is te wijten en hij nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen daarvan af te wenden.

Ieder bestuurslid wordt benoemd voor een periode van drie jaar en treedt af volgens een door het bestuur op te maken rooster.

Aftredende bestuursleden zijn terstond herbenoembaar. Wie in een tussentijdse vacature is benoemd, neemt op het rooster de plaats van zijn voorganger in.

De algemene vergadering kan een bestuurslid schorsen of ont­slaan indien zij daartoe termen aanwezig acht. Voor een besluit daartoe is een meerder­heid vereist van ten minste twee derden van de uitgebrachte stemmen. Een schorsing die niet binnen drie maanden wordt gevolgd door een besluit tot ontslag, eindigt door het verloop van die termijn.

Het bestuurslidmaatschap eindigt voorts:

door het eindigen van het lidmaatschap;

door bedanken.

Art. 10: Bestuursbevoegdheid

Behoudens beperkingen volgens de statuten is het bestuur belast met het besturen van de vereniging.

Indien het aantal bestuursleden beneden drie is gedaald, blijft het bestuur bevoegd. Het is echter verplicht zo spoedig mogelijk een algemene vergadering te beleggen waarin de voorziening in de open plaats(en) aan de orde komt.

Het bestuur is bevoegd uit haar midden een dagelijks bestuur te benoemen en de taken en bevoegdheden van het dagelijks bestuur vast te stellen.

Het bestuur is bevoegd onder zijn verantwoordelijkheid be­paalde onderdelen van zijn taken te doen uitvoeren door commis­sies die door het bestuur zijn benoemd.

Het bestuur is, na voorafgaande goedkeuring van de algemene vergadering, bevoegd te besluiten tot het aangaan van over­een­komsten tot verkrijging, vervreemding of bezwaring van registergoederen en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de vereniging zich als borg of hoofdelijk medeschul­denaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt, of zich tot zeker­heidsstelling voor een schuld van een ander verbindt.

Art. 11: Vertegenwoordiging

Het bestuur vertegenwoordigt de vereniging, voor zover uit de wet niet anders voortvloeit.

De vereniging wordt voorts in en buiten rechte vertegen­woor­digd door de voorzitter tezamen met de secretaris of tezamen met de penningmeester, dan wel bij afwezig­heid van één van de genoemden tezamen met een ander bestuurs­lid.

Het bestuur is bevoegd aan anderen een schriftelijke volmacht te verlenen, op grond waarvan deze bevoegd zijn de vereniging in de in de volmacht omschreven gevallen te vertegenwoordi­gen.

De bevoegdheid tot vertegenwoordiging die aan het bestuur of aan bestuursleden toekomt, is onbeperkt en onvoorwaar­delijk, voor zover uit de wet niet anders voort­vloeit. Een wettelijk toegelaten of voorgeschreven beperking van of voorwaarde voor de bevoegdheid tot vertegenwoordiging kan slechts door de vereniging worden ingeroepen.

De uitsluiting, beperkingen en voorwaarden gelden mede voor de bevoegdheid tot vertegenwoordiging van de vereni­ging ter zake van de in art. 10, vijfde lid, bedoelde handelin­gen.

Bestuursleden aan wie krachtens de statuten of op grond van een volmacht vertegen­woordigingsbevoegdheid is gegeven, kunnen de vereniging niet binden dan nadat tevoren een bestuurs­besluit is genomen waarbij tot het aangaan van de betreffende rechtshandeling is besloten.

De vereniging wordt op de vergaderingen van de sportbond vertegenwoordigd door een daartoe door het bestuur aangewezen bestuurslid, die bevoegd is op die vergadering namens de vereniging en de leden aan de stemming deel te nemen.

Art. 12: Rekening en verantwoording

Het bestuur is verplicht tot het houden van zodanige aanteke­ningen omtrent de vermo­genstoestand van de vereniging dat daar­uit te allen tijde zijn rechten en verplichtingen kunnen worden gekend.

Het bestuur brengt op de algemene vergadering binnen zes maanden na afloop van het boekjaar – behoudens verlenging van deze termijn door de algemene vergadering – een jaarverslag uit over de gang van zaken in de vereniging en over het gevoerde beleid. Het legt de balans en de staat van baten en lasten met een toelichting ter goed­keuring aan de algemene vergadering over.

De onder a bedoelde stukken worden ondertekend door alle bestuursleden; ontbreekt een handtekening van een be­stuurslid dan wordt hiervan onder opgave van redenen melding gemaakt. Na afloop van de termijn kan ieder lid van de gezamenlijke be­stuurs­leden in rechte vorderen dat zij deze verplichtingen nakomen.

De algemene vergadering benoemt jaarlijks een kascommis­sie, bestaande uit drie leden en één plaatsvervangend lid die geen deel mogen uitmaken van het bestuur.

De leden worden benoemd voor de duur van drie jaar en treden volgens een op te maken rooster af. Zij zijn aansluitend slechts éénmaal hernoembaar.

De kascommissie onderzoekt de balans en de staat van baten en lasten en brengt aan de algemene vergadering verslag van haar bevindingen uit.

Het bestuur is verplicht de kascommissie ten behoeve van haar onderzoek alle door haar gevraagde inlichtingen te verschaf­fen, haar desgewenst de kas en de waarden te tonen en inzage van de boeken en de bescheiden van de vereniging te geven.

Goedkeuring door de algemene vergadering van het jaarverslag en van de rekening en verantwoording strekt het bestuur tot décharge voor alle handelingen, voor zover die uit de jaar­stukken blijken.

Het bestuur is verplicht de bescheiden als bedoeld in het eerste en tweede lid, tien jaar lang te bewaren.

Art. 13: Geldmiddelen en contributie

De geldmiddelen van de vereniging bestaan uit:

contributie van de leden;

ontvangsten uit toertochten;

subsidies, giften en andere inkomsten.

De leden zijn jaarlijks gehouden tot het betalen van een contributie, die door de algemene vergadering van tijd tot tijd zal worden vastgesteld. Zij kunnen daartoe in catego­rieën worden ingedeeld, die een ver­schillende bijdrage betalen.

Diegene, aan wie het predikaat erelid is verleend, is vrijge­steld van het betalen van contribu­tie.

Wanneer het lidmaatschap in de loop van een boekjaar eindigt, blijft niettemin de contributie voor het gehele jaar ver­schuldigd.

Art. 14: Besluiten van organen van de vereniging

Orgaan van de vereniging zijn het bestuur en de algemene vergadering, alsmede al die commissies en personen die krachtens de statuten door de algemene vergadering zijn belast met een nader omschreven taak en aan wie daarbij door de algemene vergadering beslis­singsbe­voegdheid is toegekend.

Het in een vergadering van een orgaan uitgesproken oor­deel van de voorzitter omtrent de uitslag van een stem­ming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel.

Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van de voor­zitter de juistheid daarvan betwist, dan wordt het te nemen besluit schriftelijk vastgelegd en vindt een nieuwe stemming plaats, indien de meerderheid van de vergadering of, indien de oor­spronke­lij­ke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschied­de, een stemgerechtigde aanwezi­ge dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspron­kelijke stemming.

Van het verhandelde in een vergadering worden notulen ge­maakt, die op de eerstvol­gende vergadering van het orgaan dienen te worden goedgekeurd.

Een besluit van een orgaan dat in strijd is met de wet of met de statuten, is nietig, tenzij uit de wet iets anders voortvloeit. Een nietig besluit mist rechtskracht.

Is een besluit nietig, omdat het is genomen ondanks het ont­bre­ken van een door de wet of de statuten voorgeschre­ven voor afgaande handeling of mededeling aan een ander dan het orgaan dat het besluit heeft genomen, dan kan het door die ander worden bekrachtigd. Is voor de ontbrekende handeling een vereiste gesteld, dan geldt dat ook voor de bekrachtiging.

Bekrachtiging is niet meer mogelijk na afloop van een redelij­ke termijn, die aan de ander is gesteld door het orgaan dat het besluit heeft genomen of door de wederpar­tij tot wie het was gericht.

Een besluit van een orgaan is, onverminderd het elders in de wet omtrent de mogelijk­heid van een vernietiging bepaalde, vernietigbaar:

wegens strijd met wettelijke of statutaire bepa­lin­gen die het tot stand komen van het besluit regelen;

wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid, als bedoeld in art. 5, zesde lid;

wegens strijd met een reglement.

Tot de onder a bedoelde bepalingen behoren niet die welke de voorschriften bevatten, waarop in het vierde lid, onder b wordt gedoeld.

De bevoegdheid om vernietiging van een besluit te vorderen, vervalt een jaar na het einde van de dag, waarop hetzij aan het besluit voldoende bekendheid is gegeven, hetzij een belanghebbende van het besluit kennis heeft genomen of daarvan is verwittigd.

Een besluit dat vernietigbaar is op grond van het bepaal­de in het vijfde lid, onder a, kan door een daartoe strekkend besluit worden bevestigd. Voor dit besluit gelden dezelf­de vereisten als voor het te bevestigen besluit. Bevestiging is niet mogelijk zodra een vordering tot vernietiging aanhangig is.

Indien de vordering wordt toegewezen, geldt het vernie­tigde besluit als opnieuw genomen door het latere be­sluit, tenzij uit de strekking van dit besluit het tegen­deel voort­vloeit.

Art. 15: Algemene vergaderingen

Aan de algemene vergadering komen in de vereniging alle be­voegdheden toe, die niet door de wet of de statuten aan andere organen zijn opgedragen.

Jaarlijks zal uiterlijk zes maanden na afloop van het boek­jaar een algemene vergade­ring worden gehouden (de jaarverga­de­ring). Buitengewone algemene vergaderingen worden gehouden zo dikwijls het bestuur die gewenst acht.

De algemene vergaderingen worden bijeengeroepen door het bestuur, met inachtneming van een termijn van ten minste veertien dagen. De bijeenroeping geschiedt door een medede­ling in het clubblad of door middel van een aan alle leden te zenden schriftelijke kennisgeving met gelijktijdige vermel­ding van de agenda.

Voorts is het bestuur op schriftelijk verzoek van ten minste een zodanig aantal leden, als bevoegd is tot het uitbrengen van één tiende gedeelte van de stemmen in de algeme­ne vergadering, verplicht tot het bijeenroepen van een algemene vergadering op een termijn van niet langer dan vier weken na indiening van het verzoek.

Indien aan het verzoek binnen veertien dagen geen gevolg wordt gegeven kunnen de verzoekers zelf tot die bijeen­roe­ping overgaan door oproeping overeenkomstig het be­paalde in het vorige lid of door het plaatsen van een advertentie in ten minste één, ter plaatse waar de ver­eniging is geves­tigd, veel gelezen dagblad. De verzoekers kunnen alsdan anderen dan bestuursle­den belasten met de leiding van de vergadering en het opstellen van de notu­len.

De agenda van de jaarvergadering bevat onder meer:

Vaststelling van de notulen van de vorige algemene vergadering;

Jaarverslag van het bestuur

Verslag van de penningmeester

Verslag van de kascommissie;

Vaststelling van de balans en van de staat van baten en lasten;

Vaststelling van de contributies;

Vaststelling van de begroting;

Benoeming bestuursleden;

Benoeming commissieleden;

Rondvraag.

Art. 16: Het leiden en notuleren van algemene vergaderingen

De algemene vergaderingen worden geleid door de voorzitter van het bestuur of door zijn plaatsvervanger. Zijn de voor­zitter en zijn plaatsvervanger verhinderd, dan treedt een ander door het bestuur aan te wijzen bestuurslid als voorzit­ter op. Wordt ook op deze wijze niet in het voorzitterschap voorzien, dan voorziet de vergadering daarin.

Van het verhandelde in elke algemene vergadering worden door een bestuurslid notulen gemaakt. De notulen worden in het clubblad gepubliceerd of op een andere wijze ter kennis van de leden gebracht en dienen door de eerstvolgende algemene vergadering te worden vastge­steld.

Art. 17: Toegang en besluitvorming algemene vergadering

Ieder lid heeft toegang tot de algemene vergadering.

Leden, die geschorst zijn, hebben geen toegang tot de algeme­ne vergadering, tenzij zij bij de algemene vergade­ring beroep hebben ingesteld naar aanleiding van een opgelegde straf in welk geval zij bevoegd zijn alleen de behandeling van hun beroep bij te wonen.

Ieder lid heeft één stem.

Ieder lid is bevoegd zijn stem te doen uitbrengen door een schriftelijk gemachtigd ander lid, mits 18 jaar of ouder. Degenen die gemachtigd wordt, kan echter in totaal niet meer dan twee stemmen uitbrengen.

Het stemrecht over besluiten, waarbij de vereniging aan be­paalde personen, anders dan in hun hoedanigheid van lid, rechten toekent of verplichtingen kwijtscheldt wordt aan die personen en aan hun echtgenoot en bloedverwanten in de rechte lijn ontzegd.

Een éénstemmig besluit van alle leden, ook al zijn deze niet in een vergadering bijeen, heeft, mits met voorkennis van het bestuur genomen, dezelfde kracht als een besluit van de algemene vergadering.

Stemming over zaken geschiedt mondeling, over personen schriftelijk.

Over alle voorstellen betreffende zaken wordt, voor zover de statuten niet anders bepalen, beslist bij meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Bij het staken van de stemmen wordt het voorstel geacht te zijn verworpen.

Bij stemming over personen is degene gekozen, die de meerder­heid van de uitgebrach­te stemmen op zich heeft verenigd. Indien niemand die meerderheid heeft verkregen, wordt een tweede stemming gehouden tussen de personen, die het hoogste aantal van de uitgebrachte stemmen hebben verkregen en is hij gekozen, die bij die tweede stemming de meerderheid van de uitgebrachte stemmen op zich heeft verenigd. Indien bij die tweede stemming de stemmen staken, beslist het lot.

Ongeldige stemmen zijn stemmen die blanco of op enigerlei wijze ondertekend zijn, dan wel iets anders aanduiden dan in stemming is gebracht of andere namen bevatten dan van de personen over wie wordt gestemd.

Art. 18: Statutenwijziging

De statuten kunnen slechts worden gewijzigd door een besluit van de algemene vergade­ring, waartoe werd opgeroepen met de mededeling dat aldaar wijziging van de statuten zal worden voorgesteld. De termijn voor oproeping tot een zodanige vergadering moet ten minste zeven dagen bedragen.

Zij, die de oproeping tot de algemene vergadering ter behan­deling van een voorstel tot statutenwijziging hebben gedaan, moeten ten minste vijf dagen vóór de vergadering een af­schrift van dat voorstel, waarin de voorgedragen wijziging woordelijk is opgenomen, op een daartoe geschikte plaats voor de leden ter inzage leggen tot na afloop van de dag, waarop de vergadering wordt gehouden.

Bovendien wordt de voorgestelde wijziging ten minste veertien dagen vóór vergadering in het clubblad gepubliceerd en/of een afschrift hiervan aan alle leden toegezonden.

Het bepaalde in de leden 1 en 2 van dit artikel is niet van toepassing, indien in de algemene vergadering alle leden aanwezig of vertegenwoordigd zijn en het besluit tot statu­tenwijziging met algemene stemmen wordt aangenomen.

Een besluit tot statutenwijziging behoeft ten minste twee derden van de uitgebrachte stemmen, in een vergadering waarin ten minste twee derden van de leden aanwezig of vertegenwoor­digd is. Indien geen twee derden van de leden aanwezig of vertegenwoor­digd is, wordt binnen vier weken daarna een tweede vergadering bijeengeroepen en gehouden, waarin over het voorstel, zoals dat in de vorige vergadering aan de orde is geweest, ongeacht het aantal aanwe­zige of vertegenwoordig­de leden, een besluit kan worden geno­men, mits met een meerderheid van ten minste twee derden van de uitge­brachte stemmen.

Een statutenwijziging treedt niet in werking dan nadat hier­van een notariële akte is opge­maakt. Van dit tijdstip wordt medede­ling gedaan in het clubblad. Ieder bestuurslid afzon­derlijk is dan tot doen verlijden van deze akte bevoegd.

De bestuursleden zijn verplicht in het Verenigingenregister een afschrift van de wijziging en de gewijzigde statuten neer te leggen.

Art. 19: Ontbinding en vereffening

Voor een besluit tot ontbinding van de vereniging is het bepaalde in art. 18 en lid 2, alsmede in lid 3 van dit artikel van overeenkomstige toepassing

De vereniging wordt ontbonden door een daartoe strekkend besluit van de algemene vergadering, genomen met ten minste twee derden van het aantal uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin ten minste drie vierden van de leden aanwezig of vertegenwoordigd is.

Bij de oproeping tot de in het eerste en tweede lid van dit artikel bedoelde vergaderingen moet worden medegedeeld, dat ter vergadering zal worden voorge­steld de vereniging te ontbinden. De termijn voor oproeping tot zodanige vergadering moet ten minste veertien dagen bedragen.

De bestuursleden treden na het besluit tot ontbinding van de vereniging als vereffe­naars op.

De algemene vergadering is bevoegd na het besluit tot ontbin­ding de alsdan zitting hebbende bestuursleden te ontslaan met gelijktijdige benoeming van één of meer veref­fe­naars.

Bij een besluit tot ontbinding wordt de bestemming van een eventueel batig saldo bepaald, terwijl de algemene vergadering tevens een of meer bewaarders aanwijst.

v

Na de ontbinding blijft de vereniging voortbestaan voor zover dit tot vereffening van haar vermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalin­gen van de statuten en regle­menten voor zover mogelijk van kracht. In stukken en aankon­digin­gen, die van de vereniging uitgaan, moet aan haar naam worden toegevoegd de woorden ‘in liquidatie’.

De boeken en bescheiden van de ontbonden vereniging moeten door de bewaarder(s) worden bewaard gedurende tien jaren na afloop van de vereffe­ning.

Art. 20: Huishoudelijk Reglement

De algemene vergadering kan een Huishoudelijk Reglement vast­stellen en wijzigen.

Het Huishoudelijk Reglement mag niet in strijd zijn met de wet, ook waar die geen dwingend recht bevat, noch met de statu­ten.

De statuten en reglementen van de vereniging mogen niet in strijd zijn met die van de sportbond.